Hendrik Folkerts

over de performatieve werken van documenta 14

Hendrik Folkerts (1984) is curator van documenta 14. Samen met artistiek directeur Adam Szymczyk (1970) en curatoren Pierre Bal-Blanc (1965) en Paul B. Preciado (1970) is hij verantwoordelijk voor het performanceprogramma van documenta 14.

Iedere vijf jaar wordt de documenta, één van de meest toonaangevende kunstmanifestaties op het gebied van hedendaagse kunst, georganiseerd. Dit jaar vindt de veertiende editie plaats getiteld documenta 14: Learning From Athens. Voor het eerst wordt de documenta in twee steden gepresenteerd: van 8 april tot 15 juli 2017 in Athene en van 10 juni tot 17 september 2017 in Kassel. Binnen de programmering in beide steden nemen de performatieve werken een belangrijk onderdeel in.

Over enkele dagen opent de documenta in Kassel. Wat kunnen we van de performatieve werken verwachten?

We presenteren een veelheid aan performances in vrijwel alle media. Vertrekkend vanuit de beeldende kunst, tonen we dans en choreografie, theater, muziek en geluidskunst als ook objecten die uit een performance voortkomen (bijvoorbeeld film, fotografie of sculpturen) of die voor een performance gebruikt kunnen worden. Met name partituren en visual scores[1] zijn een terugkerend fenomeen in de tentoonstelling.

Er zijn ook werken die vertrekken vanuit traditionele media als schilderkunst of beeldhouwkunst, maar die zo’n onmiddellijke bewustwording van het lichaam of een bepaalde situatie bewerkstelligen, dat ik ze zie als performance. Bijvoorbeeld de interventie van Banu Cennetoğlu. Zij vervangt de letters op het Fridericianum (van oudsher de centrale locatie van documenta) – MUSEUM FRIDERICIANUM – in BEINGSAFEISSCARY. Het feit dat het gehele Friedrichsplatz, het plein waar het Fridericianum deel van is, omringt is door wegblokkades om terroristische aanslagen te voorkomen, maakt het plaatsen van een nieuwe titel voor het gebouw tot een complexe, welhaast fysieke ervaring die de bezoekers bewust maakt van een samenleving waar veiligheid de (bewegings)vrijheid lijkt in te perken.

documenta 14 wil het begrip “performance” verbreden. Dit doen we door niet alleen een tentoonstelling te organiseren die in Athene en Kassel plaatsvindt, maar ook tussen de twee steden in beweegt: zowel qua ruimte (talloze werken die reageren op beide contexten) als in tijd (er is een overlap van meer dan een maand tussen de tentoonstelling in beide steden).

Kun je een voorbeeld noemen van een kunstenaar die zich tussen beide steden in beweegt?

Otobong Nkanga’s project in Athene is een laboratorium waar zeep wordt geproduceerd, op basis van tradities en ingrediënten uit het Midden-Oosten, het zuiden van Europe en West-Afrika. Ze ontwikkelde een prototype dat vervolgens in een zeer grote hoeveelheid met de hand gemaakt kon worden. Ongeveer 45.000 zeepblokken worden verscheept van Athene naar Kassel, al waar ze in opslagruimtes behouden worden en door performers op de straten van Kassel verkocht worden.

Otobong Nkanga, laboratorium installatie voor de productie van zeep, 2017, foto: Stathis Mamalakis

Welke handvatten hebben jullie de deelnemende kunstenaars gegeven bij het werken in twee totaal verschillende steden?

We hebben alle levende, deelnemende kunstenaars uitgenodigd Athene en Kassel te bezoeken voordat ze met hun werk voor documenta 14 begonnen. Voor een documenta die zo expliciet ingaat op de context van beide steden was dit een essentieel element. Het gaf de kunstenaars de ruimte om beide steden te leren kennen en om te kunnen reageren op wat ze zagen en ervaarden vanuit hun eigen achtergrond en interesses. Ook hebben wij een introductie gegeven op bepaalde historische lijnen en kwesties die voor ons als team een grote rol spelen. Ik denk dat met name het bezoek aan Athene voor velen een enorme verrijking was. Niet alleen vanwege de politieke omstandigheden in de stad maar ook de vele geschiedenissen die in deze stad samenkomen. Sommige kunstenaars besloten zelfs te verhuizen naar Athene. Een bezoek aan Kassel was voor veel kunstenaars een hele andere ervaring, wellicht omdat ze de stad al enigszins kenden van vorige documenta tentoonstellingen of omdat het een overzichtelijke en kleinere stad is. De kunst was daar om facetten van Kassel te introduceren die totaal onbekend waren en om de historische relaties tussen Griekenland en Duitsland binnen de Duitse cultuur kenbaar te maken – relaties die teruggaan tot de 18de eeuw en die het politieke en culturele landschap van beide landen hebben gekleurd.

Wat wilden jullie precies van deze relatie tussen Griekenland en Duitsland aan de kunstenaars meegegeven?

Er is een woord in het Engels, dat zich moeilijk laat vertalen maar dat documenta 14 bondig samenvat: displacement. De betekenis ligt tussen ‘verplaatsing’ en ‘dislocatie’, en kan zowel negatief als positief worden opgevat. Het verplaatsen van documenta tussen Athene en Kassel, als ook de grotere en historische lijnen van migratie, diaspora, culturele, wilden we overbrengen aan de kunstenaars. De tentoonstelling mag als bewijs gelden van de reis die zij – en wij met hen – de afgelopen jaren hebben gemaakt.

De documenta staat bekend om het belichten van de huidige ontwikkelingen binnen de hedendaagse kunst. Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen binnen de performance kunst?

Eén van de belangrijkste ontwikkelingen in performancekunst is de integratie of het complementeren van de beeldende kunst met disciplines als choreografie, theater en muziek. Het lichaam als medium en de vermenging van kunstvormen is een fenomeen dat een grotere rol ging spelen in de naoorlogse kunst en nu tot wasdom lijkt te komen, met een generatie kunstenaars die vertrekt vanuit bijvoorbeeld choreografie en het experiment met de beeldende kunst aangaat. Het werk van Maria Hassabi is hier een goed voorbeeld van, dat we presenteren in de zogenoemde Neue Neue Galerie, voorheen Neue Hauptpost. Haar live installatie is een theaterwerk waarvan de elementen verspreid zijn over het hele gebouw; lichtsculpturen gemaakt van theaterlichten bevinden zich op verschillende plekken in het voormalige post-gebouw en enkele soloperformances in tussengebieden culmineren in een groepsperformance gebaseerd op een verstilde choreografie waarin de bewegende lichamen bijna tot sculpturen transformeren. De stilte in de beweging is oorverdovend, als de spanning in de lichamen van de dansers zichtbaar wordt.

Maria Hassabi, PLASTIC, 2016-2016, foto: Thomas Poravas
Bouchra Khalili, videostill uit The Tempest Society, 2017

De filosofie van Adam Szymczyk, artistiek directeur van documenta 14 wordt in de titel Documenta 14: Learning From Athens gevat. Kun je in een notendop uitleggen wat deze filosofie inhoudt?

Learning, het proces van leren, is een complex begrip. Je weet niet wat je van tevoren gaat leren en je kunt niet met veronderstellingen het proces ingaan, anders schiet het zijn doel voorbij. Verder is leren ook wat Adam un-learning noemt, het laten gaan van aannames en dingen die je dacht te weten te herzien. Dit heeft het gehele proces van documenta 14 bepaald: van documenta’s aanwezigheid in Athene, het leerproces als team en voor de kunstenaars in Athene en Kassel en het opnieuw bevragen van wat documenta als tentoonstelling betekent.

Hoe is dit leerproces tot uiting gekomen binnen de programmering van de documenta?

Dit kan ik het best toelichten aan de hand van een persoonlijk voorbeeld. Voor mij was Athene altijd en automatisch een associatie met de klassieke oudheid. Dit is ook het beeld van de stad dat de toeristenindustrie op gang houdt. Binnen de kunstgeschiedenis die ik kende was dat een redelijk West-Europese versie van Athene, gebaseerd op de interpretatie van de Westerse kunst als een directe lijn van de oudheid naar het heden en een begrip van de oudheid als de bakermat van het Euro-Amerikaanse politieke systeem. Dit is volledig kunstmatig en in sommige opzichten een totale fictie. Het heeft te maken met archeologen en kunsthistorici – veelal van Duitse komaf – die in de achttiende en negentiende eeuw de cultuur van de oudheid toepasten om een ideaal voor zichzelf te kweken, dat meer in lijn was met de ideologie en politiek van hun eigen tijd dan de realiteit van de Griekse oudheid of het Athene van toen. Daarnaast werd de kunst van de oudheid hierdoor een nogal “witgewassen” gegeven, terwijl in werkelijkheid – en dit is meer dan ooit zichtbaar in het Athene van nu – Griekenland en Athene een transitiegebied was tussen het Midden-Oosten en Europa, tussen Noord-Afrika en het zuiden van Europa. En zo wordt geschiedenis geschreven en aangenomen als waarheid, terwijl toen en nu van Athene zoveel te leren valt. Dit is slechts één van de talloze voorbeelden die ik kan noemen uit het leerproces van documenta 14.

Wat gebeurt er met de performatieve werken als documenta 14 is afgelopen? Zullen deze elders nog te zien zijn?

Ja, en het is niet ongebruikelijk dat performances na een eerste presentatie doorreizen naar andere locaties en tentoonstellingen. Veel van de (performance) werken zullen eenzelfde reis doormaken. Bouchra Khalili’s film The Tempest Society, gebaseerd op een theaterstuk en gefilmd in het Athens Festival theater in Athene, is ook te zien op het Holland Festival in Amsterdam. Alexandra Bachzetsis’ videowerk is gebaseerd op een performancewerk dat zij afgelopen januari presenteerde in het Museum of Modern Art, New York. Haar performance, die documenta 14 samen met De Hallen Haarlem produceert, zal in theaters en musea getoond worden. Maria Hassabi’s werk ging in première in het Walker Art Center in Minneapolis en wij tonen nu een grotere versie.

Fridericianum, Kassel, foto: Mathias Voelzke

Tot slot, vanaf half juli ga je aan de slag als curator moderne en hedendaagse kunst bij het Art Institute of Chicago. Welke ervaringen vanuit je rol als curator bij de documenta neem je mee naar deze plek en welke ontwikkelingen hoop je op deze plek te realiseren?

documenta is in alle opzichten een unieke ervaring, die je waarschijnlijk slechts één keer in je leven meemaakt. De tijd die je als curator hebt om onderzoek te doen, om te reizen, om gesprekken met kunstenaars te hebben en op zo’n schaal een tentoonstelling samen te stellen, is ongekend. Het is te vergelijken met een artistiek laboratorium waar je ideeën kunt verzamelen en dingen mag uitproberen. Er zijn vele onderwerpen waar ik me in heb verdiept, die ik graag verder wil uitwerken en deze neem ik mee naar Chicago. Daarnaast biedt het Art Institute, met haar toonaangevende verzameling van prehistorische tot hedendaagse kunst, een leerervaring om deze ideeën toe te passen op zo’n encyclopedische collectie. Waar documenta 14 een microkosmos is voor nieuwe richtingen, is het Art Institute en haar collectie een macrokosmos waar de kunstgeschiedenis voortdurend wordt uitgebreid en herzien door te leren van de kunst van nu.

[1] De visual score of partituur dient als voorbode of instructie en documentatie van een performance. Zie voor meer informatie het essay van Hendrik Folkerts ‘Keeping Score: Notation, Embodiment, and Liveness’, in: South as a State of Mind #7 (documenta #2, spring/summer 2016), pp. 151-169.