Mariechen Danz

over haar werk op de Biënnale van Venetië

Mariechen Danz (Dublin, 1980) combineert onder meer sculptuur, kostuums, tekeningen en performance in haar werk. Zo ook in haar nieuwe presentatie Ore Oral Orientation, die zij op Viva Arte Viva toont.

foto: Jacopo Salvi

Zou je kunnen omschrijven wat jou als kunstenaar drijft? Wat zie je als jouw belangrijkste inspiratiebronnen en invloeden?

In mijn werk wordt de geschiedenis van kennisoverdracht verkend met als doel fouten en misverstanden hierbinnen te onderzoeken. Dit doe ik door én met het menselijk lichaam. Ik werk voornamelijk met sculptuur en installaties en breng deze op sommige momenten tot leven door middel van vocale performances die de thema’s van het werk verder uitdiepen en toelichten. Stemgeluiden en muziek zet ik enerzijds in vanwege de toegankelijkheid van het medium, zoals bijvoorbeeld bij popmuziek, en anderzijds vanwege de mogelijkheid om met geluiden van het lichaam emoties op te wekken.  Ik werk met Alex Stolze samen in de band UNMAP en heb daarnaast een muzikale samenwerking met Gediminas Zygus aka J.G.Biberkopf. Beiden hebben bijgedragen aan de partituren van mijn uitvoeringen op de Biënnale van Venetië 2017.

Zou je een korte beschrijving kunnen geven van het werk dat je voor de 57ste editie van de Biënnale van Venetië hebt gemaakt?

Ore Oral Orientation wordt gepresenteerd als een tweedimensionale kaart die zichzelf ontvouwt in de ruimte. De muren zijn bedekt met (driedimensionale) voetafdrukken die paden creëren door verschillende tijdlijnen en  grondstoffen, zoals aarde, zand, kolen en cement. De vloer, het podium en de sokkels zijn gemaakt van Venetiaanse leemaarde, gerecycled en afkomstig van een gebouw van Anna Heringer / Martin Rauch / Andres Lepick, één van de bijdragen aan de Biennale Architettura 2016.

Er zijn meerdere sculpturen in de ruimte waaronder de twee belangrijkste interactieve anatomische figuren: The Dig of No Body, een ‘grondmonster’ in de vorm van een lichaam dat bestaat uit losse verplaatsbare lagen en Womb Tomb, een liggende figuur waarvan de thermochrome huid van kleur verandert door aanraking en wisselingen van kamertemperatuur zodat onderliggende patronen zichtbaar worden.

De tijdlijn ontspringt uit de onbewerkte grond, de leem – tot verfijnde grond, in de vorm van gestanste en aluminium platen waarop wereldkaarten en technische symbolen zijn afgebeeld. De modulaire metalen platen zijn ontworpen voor de ramen in de Arsenale en tonen veranderingen in wereldkaarten van het vroegste Babylonische tijdperk tot de twintigste eeuw. Het centrale werk in de ruimte is de performancevideo Knot in Arrow: Ore Oral Orientation, de activering van de installatie door mijzelf en de performers met wie ik samenwerk, Ronel Doual, Marko Lakobrija en Brandon Rosenbluth. Door middel van stem en zang wordt de (subjectieve) kennisoverdracht gedurende de geschiedenis belicht en wordt gevraagd of het mogelijk is om onze eigen opgeworpen grenzen te kunnen overschrijden.

Hoe verhoudt dit werk zich tot Christine Macels algemene curatoriële thema voor Viva Arte Viva?

Christine Macel heeft de tentoonstelling Viva Arte Viva onderverdeeld in aparte paviljoens met ieder een eigen thema. Mijn werk is in het Dionysische Paviljoen ondergebracht. In dit paviljoen staat belichaming en het lichamelijke centraal. Ik werk met zang, storytelling, beweging en de animistische relatie die de performers hebben met de objecten en kunstwerken in mijn installaties. Deze multi-zintuiglijke benadering past goed bij de werken en kunstenaars die in dit paviljoen zijn samengebracht.

Wat heeft de deelname aan de Biënnale van Venetië 2017 je gebracht? Heeft het in nieuwe projecten, werken, activiteiten of ideeën geresulteerd?

Voor de Biënnale van Venetië 2017 ben ik mijn eerste samenwerking met Alicja Kwade gestart, met wie ik al sinds mijn studietijd in Berlijn bevriend ben. Onze samenwerking bestond uit een nieuwe performance die ik voor haar maakte bij de marmeren en stenen globes Pars Pro Toto op de Arsenale. Onderdeel van deze performance was een gelaagd kostuum gemaakt van 50 meter stof die bedrukt was met elementen uit de experimentele marmerachtige papierwerken van Kerstin Braetschs. Zowel de stenen bollen van Kwade als de werken van Braetsch relateren aan abstracte vormen die betabeelden oproepen. Dit inspireerde me om ze te combineren om zodoende een ​​subjectieve kaart te maken waarin astronomie, biologie, geologie en geografie werden opgenomen in een live ‘hörspiel’ soundscape die in en uit een popsongformat en micro / macrotaal duikt. De partituur is gemaakt in samenwerking met muzikant Gediminas Zygus en UNMAP. Het kostuum fungeerde als het script, terwijl de grote stenen bollen zowel podium als instrument waren voor mijzelf en de acrobaat Saleh Yazdani, wiens choreografie een slow motion van interactieve gebaren was tussen het menselijk lichaam en de planetaire installatie van Alicja Kwade. Momenteel werk ik aan mijn eerste openbare sculptuur voor de Highline in New York, een uitnodiging die tot stand kwam door Cecilia Alemani, curator van het Italiaanse paviljoen die mijn werk in de Arsenale zag. Dat is een hoogtepunt voor mij.