Claes de Vreese

over vertrouwen in de wetenschap en de waardering voor teamwork

Claes de Vreese

Claes de Vreese (1974) is onder meer hoogleraar Politieke Communicatie en faculteitshoogleraar Kunstmatige Intelligentie, Data & Democratie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij doet onderzoek naar politieke journalistiek, verkiezingscampagnes en de inhoud en effecten van nieuwsmedia op de publieke opinie en politiek gedrag. De Vreese zit in de adviescommissie voor de nieuwe Ammodo Science Award for groundbreaking research.

Je doet onder meer onderzoek naar de invloed die framing heeft op de publieke opinie. Een bijzonder actueel onderzoeksgebied in deze tijd, wat zijn de vragen waar je je mee bezighoudt?

Mijn onderzoeksfocus is breder dan alleen de invloed van framing. Het gaat over de rol van communicatie en data op het beïnvloeden van de publieke opinie en politiek gedrag. Enerzijds onderzoek ik hoe in traditionele media en via sociale media over politiek wordt gecommuniceerd, en wat voor effecten dat heeft op de publieke opinie, en op politiek gedrag zoals de afweging of je wel of niet gaat stemmen. Anderzijds kijk ik ook naar geautomatiseerde processen in onze democratie en onderzoek ik wat het betekent dat  politieke partijen via microtargeting en datamining heel gericht boodschappen kunnen sturen naar bepaalde groepen kiezers. Wat betekent het voor publieke discussies en de samenhorigheid in de samenleving als het nieuws dat je online te zien krijgt voor een deel wordt bepaald door algoritmes. Dat soort vragen staan momenteel centraal in mijn onderzoek, en een groot deel ervan wordt beantwoord in een internationaal en vergelijkend perspectief. Ik heb een ERC Grant en onderzoek onder meer hoe in verschillende landen de publieke opinie ten aanzien van de Europese Unie is en wordt gevormd.

Het is een voorrecht om met zo’n actueel onderwerp bezig te zijn, omdat het zo ongelooflijk in beweging is. Neem de discussie over politieke microtargeting en de rol die Facebook, Twitter en Instagram spelen in de huidige nieuwsvoorziening. Dat is een discussie die we tien jaar geleden niet hadden. Dat onderzoek maakt het een uitdagend en mooi vak.

Er is de laatste tijd nogal wat te doen over de framing van wetenschappelijke feiten in de media en de invloed daarvan op de publieke opinie. Denk bijvoorbeeld aan Trump als klimaatontkenner en de wetenschap die soms wordt weggezet als ‘ook maar een mening’. Hoe kijk jij daarnaar?

Als wetenschappers zijn we wel gewend om ons continu af te vragen of onze laatste bevindingen wel echt kloppen. Maar dat je bevindingen simpelweg niet worden geloofd of gelijk worden gesteld aan een mening van een willekeurig persoon, is nieuw. Tegelijk past het bij een trend die al langer gaande is: ik heb onderzoek gedaan naar populisme en een van de kenmerken daarvan is het ter discussie stellen van het gezag van instituties zoals de zittende politieke macht, de rechtspraak en ook de wetenschap.

Hoewel er hard schreeuwende individuen of partijen zijn die proberen het gezag en de inbreng van de wetenschap te ondermijnen, impliceert dat niet dat het volledige electoraat of de publieke opinie daardoor ineens zal omslaan. Zowel in de VS, als in Europa – waaronder Nederland- is er nog altijd veel vertrouwen in de wetenschap. Dat vertrouwen moeten we koesteren en ons niet laten meeslepen in een verhaal over dat het vertrouwen in de wetenschap helemaal weg is. Enerzijds moeten wij als wetenschappers alert op zijn door ons responsief op te stellen en te blijven uitleggen hoe wetenschap werkt, anderzijds mogen we hier anderen ook op aanspreken. Als er in de Tweede Kamer een politieke discussie wordt gevoerd waarbij wetenschappelijke bewijsvoering ter sprake komt, dan verwacht ik dat veruit de meeste politieke partijen hard opkomen voor de waarde van de wetenschap. Want als politici of anderen selectief gaan shoppen met wetenschappelijk onderzoek, en alleen onderzoek gebruiken waarvan de uitkomst hen bevalt, dan ondermijnt dat de democratie. Wetenschap is naast de rechtspraak en het vertrouwen in het functioneren van het parlement, een groot goed voor onze maatschappij.

Wat zijn de grootste veranderingen in de wetenschap die jij de afgelopen jaren waarnam?

Om te beginnen is er nu erkenning dat voor een aantal grote uitdagingen en vraagstukken van deze tijd samenwerking en interdisciplinariteit essentieel zijn. Als je echt iets wilt zeggen over bijvoorbeeld de energietransitie, digitalisering of AI, dan heeft geen enkele discipline daar in zijn eentje voldoende antwoorden op. Dus zijn er de afgelopen jaren veel meer samenwerkingen ontstaan tussen onder meer sociale wetenschappen, geesteswetenschappen en bèta wetenschappen.

Alles wat je hoort over de stijgende werkdruk klopt volledig. We krijgen steeds meer studenten, we staan in het buitenland goed aangeschreven en internationale onderzoekers komen hier graag naartoe. Op zich is het positief, dat zoveel jonge mensen willen studeren en we in trek zijn, maar het levert tegelijk enorme uitdagingen op. Universiteiten zijn steeds minder in staat om mensen een vaste aanstelling te geven, waardoor je als onderzoeksgroep van de ene tijdelijkheid naar de andere hobbelt en onderzoeksgeld voor een belangrijk deel besteed wordt aan tijdelijke projecten.

Er is een hijgerigheid in het systeem gekomen dat naar alle kanten doorwerkt, zowel in het onderzoek als in het onderwijs. Je krijgt bijvoorbeeld minder uren dan voorheen om studenten te begeleiden, en als onderzoeker ben je een groot deel van je tijd kwijt aan het binnenhalen van subsidie. Niet alleen voor jezelf, maar ook voor je groep. Daarnaast heb je nog de organisatorische verzwaringen die er in de wetenschapsbeoefening bij zijn gekomen. We hebben de afgelopen jaren veel werk verricht rond ethische goedkeuring van onderzoek, de open science beweging, management zaken, valorisatie en impact, noem maar op. Heel goed en nodig, maar tegelijkertijd verdubbelt het de acties die je moet ondernemen, bijvoorbeeld voor ieder onderzoek dat je bedenkt. We hebben ons te weinig gerealiseerd dat je niet in alle vier de kerntaken (onderwijs, onderzoek, impact en management) werk erbij kan nemen zonder tegelijkertijd te bedenken waar het een stap minder kan. Of hoe je beter kunt samenwerken, meer richting team wetenschap, want ook dat is een trendontwikkeling van de afgelopen tien jaar. De onderzoeksvragen zijn vaak ambitieus, het zijn geen vragen die je in je eentje oplost, dus er zijn steeds meer grote projectgroepen bijgekomen die in samenwerking antwoorden proberen te vinden op spannende vragen. De nieuwe Ammodo Science Award past wat dat betreft goed bij die discussie, omdat die het signaal geeft dat waardering niet langer alleen om het individu draait, maar net zo goed om een team waarbinnen meerdere personen heel verschillende en waardevolle rollen kunnen vervullen.

Jij zit in de adviescommissie van de nieuwe Ammodo Science Award for groundbreaking research. Waarom wilde je je hier aan verbinden?

Toen ik werd gebeld met de vraag of ik in de jury wilde plaatsnemen en hoorde wat de Award inhield, was ik gelijk enthousiast. Ondanks dat ook zoiets tijd kost, geloof ik sterk in wat de prijs wil bereiken: het probeert de aandacht te vestigen op het feit dat onderzoek in veruit de meeste gevallen een team exercitie is. Als je aan mij vraagt of ik mijn onderzoek alleen zou kunnen, dan is het antwoord nee. In mijn huidige projectteam zitten juristen, gedragswetenschappers, informatici, noem maar op. Die zijn allemaal nodig om onze onderzoeksvragen te kunnen beantwoorden. Het is belangrijk dat daar meer erkenning voor komt. Bovendien gaat het ook niet bepaald om een symbolisch bedrag: nee, je krijgt 1,2 miljoen, op basis van je track record, baanbrekende ideeën en een beschrijving van wat je als team met de extra middelen voor stappen kunt zetten. Dat is heel mooi en waardevol.

In hoeverre is de ASA volgens jou een aanvulling op het prijzenlandschap?

Het is niet alleen een verrijking binnen het huidige prijzenlandschap, maar het geeft ook een belangrijk signaal. Niet dat ik vind dat we alle individuele prijzen nu moeten afschaffen, want er zijn net zo goed individuele wetenschappers die belangrijk werk hebben verricht dat omvangrijk was en dat moeten we net zo goed waarderen, maar er bleef wellicht wat teveel aandacht voor het individu. Het wordt tijd om meer balans aan te brengen en zo’n prijs als deze helpt. Wat dat betreft heeft Ammodo een soort ‘first mover voordeel’ doordat ze deze trend hebben gespot en als eerste met een nieuwe prijs voor team science zijn gekomen. Ik verwacht dat we die waardering voor groepsonderzoek in de toekomst op steeds meer plekken gaan zien, zoals bij de Spinoza premie waar vanaf dit jaar ook teams mogen worden voorgedragen.

De winnende onderzoeksteams zijn beiden multidisciplinair. Je werkt zelf in een multidisciplinair team. Wat is daarvan volgens jou de meerwaarde?

Die meerwaarde is niet vanzelfsprekend. Om te beginnen is het niet voor iedere onderzoeksvraag nodig om multidisciplinair te werken. Maar als dat wel zo is, dan is het goed om je te realiseren dat het werken in een multidisciplinair team tijd kost. Je moet elkaars taal leren spreken, soms letterlijk, maar ook omdat je bijvoorbeeld moet uitzoeken hoe onderzoeks- en publicatieculturen van elkaar verschillen. Ik leid zelf een team en moet ervoor zorgen dat de teamleden niet alleen fysiek bij elkaar komen voor overleg, maar ook dat er tijd is om elkaar echt te leren kennen.

Lukt dat allemaal, dan zit de meerwaarde erin dat je veel complexere vraagstukken kunt proberen te beantwoorden. Zoals ik eerder zei onderzoeken wij onder meer wat het betekent als het nieuwsaanbod grotendeels automatisch en via algoritmes wordt aangeboden. Omdat we niet alleen gedragswetenschappers, maar ook informatici en juristen in ons team hebben, kunnen we die vraag veel veelzijdiger, breder en waardevoller beantwoorden, omdat we ook de juridische en technische aspecten ervan kunnen inkleuren.

Wat is jouw droom voor de toekomst van de wetenschap. Waar moeten we heen?
Dat is niet zozeer iets voor mijzelf, maar ik heb een diepgewortelde droom dat het Nederlandse wetenschapssysteem weer in goed vaarwater komt. Het is een prachtig systeem, maar het staat onder druk. De eerste stap is dat we moeten zorgen dat die breed ervaren druk kleiner wordt. Dat je als jonge onderzoeker weet dat er gewoon basisfinanciering is voor je onderzoek zodat je niet hijgerig van project naar project hoeft te hollen en veel tijd kwijt bent aan allerlei opgelegde procedures. We moeten er, kortom, voor zorgen dat er rust, reinheid en regelmaat in het systeem terugkeert, want alleen in zo’n klimaat kan goed worden samengewerkt en kunnen nieuwe, baanbrekende ontdekkingen worden gefaciliteerd.