Bonaventure Soh Bejeng Ndikung

over arbeid, kunst en verzet

Bonaventure Soh Bejeng Ndikung

Bonaventure Soh Bejeng Ndikung (1977) is artistiek directeur van de twaalfde editie van sonsbeek, een internationale hedendaagse kunstmanifestatie in Park Sonsbeek, Arnhem. Deze editie, met als titel Force Times Distance: On Labour and Its Sonic Ecologies, loopt tot en met 2024. Ammodo sprak Ndikung een week voor de opening van de tentoonstelling over zijn visie op kunst, arbeid en verzet. ‘Kunst is ingebed in ons leven, onze politiek, onze samenleving. Er is nauwelijks iets te bedenken dat de kunstwereld aangaat en dat de rest, ‘gewone mensen’, niet aangaat.’

De huidige editie van sonsbeek loopt van 2020 tot en met 2024. Wat zijn je plannen voor de komende tijd?

Sonsbeek is een tentoonstelling van ongeveer veertig werken in Park Sonsbeek in Arnhem, waarvan er zeventien speciaal in opdracht van ons zijn gemaakt. Momenteel zijn we bezig met het installeren van de laatste werken, het voorbereiden van ons publieksprogramma en het opzetten van een radiostation. We brengen ook een serie van vijf publicaties uit over de tentoonstelling, en daarnaast een grote, uitgebreide catalogus. Het is prachtig om te zien hoe al deze dingen gestalte krijgen, ondanks de soms stressvolle weg ernaartoe.

Wat we met de tentoonstelling absoluut niet willen is als een ufo neerplompen in Park Sonsbeek om vervolgens even snel weer te verdwijnen. We willen verschillende gemeenschappen er echt bij betrekken: mensen die werken in kapperszaken, salons, restaurants – Arnhemmers van alle rangen en standen. Dat blijven we de komende jaren doen. Ondertussen staat er ook een tentoonstelling gepland in het Stedelijk Museum in Amsterdam met werk van de Pakistaanse abstracte kunstenaar en ontwerper Imran Mir, de Afro-Braziliaanse activist en schilder Abdias do Nascimento en Sedje Hamon, een joods-Nederlandse schilder wiens fantastische werk op de een of andere manier buiten het mainstream kunsthistorische narratief is gevallen. Ook werken we aan een groot project met het Centraal Museum in Utrecht. We gaan de verbinding aan met verschillende partners in Nederland. Er staat de komende jaren veel te gebeuren.

Je omschreef tentoonstellingen ooit als “filosofie in actie”. Welke filosofieën worden in actie gezet op sonsbeek20→24?

Ik zie tentoonstellingen inderdaad als een belangrijke manier om vorm te geven aan epistemologie. Op de eerste plaats onderzoekt sonsbeek20→24 de filosofie van arbeid. En daar zitten veel aspecten aan. Wat is de sociale impact van arbeid? Wat is onze verhouding tot de ruimtes waar arbeid plaatsvindt? Hoe beïnvloedt arbeid het milieu? Wie krijgt betaald voor wat? Wie profiteert er van bepaalde structuren?

Vandaag de dag bevindt onze relatie tot arbeid zich in een diepgaande transformatie. De crisis dwong ons om vanuit huis te werken, wat leidt tot vragen over de ruimtes waarin arbeid plaatsvindt. Veel mensen identificeren zich sterk met het werk dat ze doen. Wat betekent het om plots afgesneden te worden van de sociale omgeving waarin we werken? Natuurlijk waren er ook veel mensen die niet de luxe hadden om vanuit huis te werken, zoals mensen in de zorg of schoonmakers – banen waarin migranten en vrouwen oververtegenwoordigd zijn.

We volgen ook een historische lijn met het oog op verschillende industriële revoluties. Wat betekende arbeid in verschillende tijdperken? Bijvoorbeeld zestig à zeventig jaar geleden, toen werk in de fabrieken en de mijnen plaatsvond, of driehonderd jaar geleden, toen werk op de plantage plaatsvond. Dat betekent dus ook dat we moeten kijken naar de geschiedenis van slavenarbeid en mensenhandel, waar Nederland een grote rol in heeft gespeeld. Je kunt het niet over arbeid hebben zonder het over slavernij te hebben.

Dan is er nog het hiërarchische onderscheid tussen beroepen dat vragen opwerpt. Neem sekswerk. Dat is onderdeel van iedere samenleving, maar er wordt door velen op neergekeken. In Nederland wordt de ruimte voor bordelen teruggedrongen. Dat leidt tot precaire situaties voor sekswerkers waarbij zaken als hygiëne, veiligheid of belasting niet goed geregeld zijn. Raamprostitutie verbieden duwt sekswerkers in de handen van dubieuze en gewelddadige figuren.

Wat zijn voorbeelden van kunstwerken op sonsbeek die deze filosofieën van arbeid illustreren?

Alle werken waarvoor we opdracht hebben gegeven gaan in op arbeid en ‘het sonische’. Ik heb net over sekswerk verteld – laat ik daarom wijzen op Sex Work is Honest Work, een neonsculptuur van de Nigeriaans-Amerikaanse kunstenaar Olu Oguibe waarin hij sekswerk thematiseert en verbindt met verschillende plekken in de stad.

Een ander interessant werk dat het uitlichten waard is is de installatie Black Anna van de in Zimbabwe geboren kunstenaar Kudzanai-Violet Hwami. Dat gaat over het leven van een Surinaamse vrouw die in 1727 in Arnhem aankwam om het huishouden te doen voor een rijke familie. Daar schuilt een verhaal achter. In Park Sonsbeek staat een koloniaal landhuis. Toen we naar die locatie kwamen kijken vroeg ik meermaals aan de beheerders waar het geld voor dit huis vandaan kwam. Pas na de vierde keer kreeg ik te horen dat de achttiende-eeuwse eigenaren plantages in Suriname en Indonesië bezaten. Dat vond ik interessant, omdat het laat zien hoe geschiedenissen met elkaar verwikkeld zijn. Toch hangen in de kamers van dat landhuis alleen portretten van de rijke eigenaren. Maar wie maakte er schoon? Wie zorgde er voor de kinderen? Dat bleek iemand te zijn geweest die ‘de zwarte Anna’ werd genoemd. Dat was onze invalshoek.

Er is weinig bekend over de zwarte Anna, behalve dat ze haar leven wijdde aan het verzorgen van anderen. We vonden wel documenten waarin een arts werd betaald om Anna te genezen, maar geen documenten waaruit bleek dat Anna zelf ooit betaald werd voor haar werk. En dat terwijl de Nederlanders goede accountants waren.

Aangezien we zo weinig van Anna wisten, vroegen we de kunstenaar Kudzanai-Violet Hwami om zwarte Anna te portretteren. Geen een-op-een portret – we weten immers niet hoe ze eruit zag – maar een verbeelding van hoe haar leven eruit gezien zou kunnen hebben. Zwarte Anna staat voor vele mensen. Door haar verhaal te vertellen, vertel je het verhaal van vele anderen.

We moeten onszelf afvragen: hoe vertellen we de geschiedenis? Hoe vullen we de gaten in? Die gaten in de geschiedenis zijn niet passief – er zijn actief delen uitgewist. Wij zijn geïnteresseerd in het proces van ‘ont-uitwissen’. Soms krijg ik het gevoel dat Europeanen denken dat de koloniale geschiedenis enkel een zaak is van de afstammelingen van tot slaaf gemaakten. Maar alles is met elkaar verbonden. Wij allemaal moeten die geschiedenis onder ogen zien – en vooral Europeanen.

Zou je zeggen dat je met sonsbeek probeert om een centraal narratief te ontmantelen door de marges uit te lichten?

Ik geloof niet in marges. Wat is een marge? Het veronderstelt een centrum. Als er mensen zijn die zichzelf als centrum zien is dat hun probleem. Die tegenstellingen zijn naar mijn idee allang achterhaald. We leven allemaal op een enorm spectrum dat voorbijgaat aan centrum versus marge. Het idee dat het Westen of Europa het centrum van de wereld is heeft al genoeg ellende veroorzaakt. Hoe eerder we daar afstand van nemen hoe beter.

Dus je ontmantelt het concept centrum-versus-marge.

Ik wil kritisch kijken naar ons ‘zijn’ in de wereld. Als ik daarvoor bepaalde structuren moet ontmantelen, prima. We moeten nadenken over wat het betekent om samen te leven. Of je jezelf nu categoriseert als man of vrouw, als zwart of wit – dat zijn allemaal constructen.

Moeten we daarvoor een nieuwe taal ontwikkelen?

Ja. Het is een proces van bepaalde gedachtepatronen afleren. Dat is misschien wel de grootste uitdaging van onze tijd: een nieuw vocabulaire vinden en de wereld die we waarnemen herdefiniëren.

Hoe staat het ervoor met de kunstwereld?

Ik weet niet wat de kunstwereld is. Zoals ik het zie is kunst ingebed in ons leven, onze politiek, onze samenleving. Er is nauwelijks iets te bedenken dat de kunstwereld aangaat en dat de rest, ‘gewone mensen’, niet aangaat. Het is totaal intersectioneel. Alles overlapt.

In dat geval: hoe staat het ervoor met de wereld?

Dat is een moeilijke vraag om te beantwoorden. Als de wereld een plant was zou ik zeggen: hij groeit niet erg goed. Kijk naar de ontvoering van kinderen in Nigeria, de duizenden mensen die de laatste vier jaar in Kameroen zijn vermoord, de verwoesting van het Amazonewoud. We zijn niet zorgzaam genoeg voor deze wereld.

Tegelijkertijd is er ongelooflijke schoonheid. Er is veel veerkracht. Zowel mensen als andere wezens staan op tegen het geweld en de hebzucht van de mensheid. Planten blijven groeien. Er is zulke prachtige muziek. Het is essentieel om dat te blijven constateren.

Hoe breng je dat in de praktijk? Hoe concentreer je je op de schoonheid van de wereld?

Daarvoor bestaat de kunst. Schoonheid is het creëren van momenten van bewustzijn en het uitwisselen van kennis. Er is niets mooier of poëtischer dan het creëren van ruimte voor liefde en schoonheid. Maar het is ook het hele proces van een tentoonstelling maken en mensen bijeenbrengen om die tentoonstelling te zien. Of het proces van een kunstenaar die in zijn atelier iets creëert. Dat zijn belangrijke daden van verzet – het verwezenlijken van vrede door kunst.

En voor sommigen is ademen al een daad van verzet. Om als persoon van kleur ’s morgens op te staan, naar buiten te gaan, te ademen – dat is verzet, en daar zit schoonheid in. Dus hoe breng ik dat in de praktijk? Simpelweg door te leven.

Lees hier meer over sonsbeek20→24.

 

Foto’s: Florian Braakman